Zzp en klein mkb Midden en groot mkb RA-/AA-accountant of fiscalist?
Doe mee aan onze franchiseformule!

Financieringsaanvraag bij de bank

Hoe kun je de rating positief beïnvloeden?

Als je de checklist goed in acht houdt, bent je al een heel eind op weg. Hier is al uitgelegd dat banken een onderneming een rapportcijfer in de vorm van een rating geven. Banken zijn verplicht dat ieder jaar opnieuw te doen. De rating die de bank aan de onderneming geeft, is erg belangrijk voor de onderneming en de bank zelf. Als de onderneming een slechte rating heeft moet de bank meer aan eigen vermogen aanhouden, dan wanneer de onderneming een goede rating heeft. Daarom legt de bank ook in veel leningsovereenkomsten vast dat wanneer de solvabiliteit van je onderneming slechter wordt, de bank een boete in rekening mag brengen. Deze boete is trouwens niet voor de bank zelf, maar dient uiteindelijk afgedragen te worden aan de centrale bank.

Kortom: de ondernemer heeft er alle belang bij om ervoor te zorgen dat de onderneming een goede rating krijgt of houdt. Daarbij is het goed om te weten dat de rating door de software van de bank wordt berekend op basis van de informatie die je aanlevert (zie hoofdstuk 2). Met andere woorden: de accountmanager bij de bank heeft niet veel invloed op de uitkomst van de rating. De enige die daar invloed op heeft, bent je zelf door de informatie die je aanlevert.

Tip. Vraag aan de bank hoe deze de onderneming beoordeelt en welke mogelijkheden er volgens de bank nog zijn om de rating te verbeteren.

Hierna lees je wat de rating beïnvloedt en welke maatregelen je kunt nemen.

Werken aan goede balansverhoudingen per einde boekjaar

Bij het afsluiten van het boekjaar dien je ook oog te hebben voor de balansverhoudingen van de onderneming. Banken beoordelen de onderneming namelijk op deze balansverhoudingen. Deze balansverhoudingen vormen dan ook de basis voor de rente die betaald moet worden aan de bank.

Daarnaast kunnen de balansverhoudingen aanleiding zijn voor de bank om een boeterente aan de onderneming door te berekenen wanneer blijkt dat de afspraken die je hebt gemaakt met de bank over solvabiliteit en liquiditeit niet zijn nagekomen.

Tip. Dit kun je voorkomen door met enige regelmaat tussentijdse cijfers op te maken en maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de liquiditeit op orde blijft. Dat houdt in dat je de debiteuren snel laat betalen, de voorraden laag houdt en de crediteuren niet later betaald worden dan overeengekomen.

Een lage fiscale winst en een goede indruk op de bank maken

Er zijn ondernemers die graag hun fiscale winst zo laag mogelijk houden. Daar zit ook een keerzijde aan, er is namelijk een partij waar de ondernemer een goede indruk achter wilt laten en dat is de financierder. Dat levert een spanningsveld op tussen de financierder en de ondernemer als het gaat om het interpreteren van de cijfers. Immers een bedrijf met lage winsten krijgt nu eenmaal minder makkelijk een financiering, dan een bedrijf met hoge winsten. Daar komt bij dat de financierder ook uitermate geïnteresseerd is in de hoogte van het eigen vermogen van de onderneming. Veel ondernemers staan niet stil bij het belang dat de bank hecht aan de cijfers in de jaarrekening en dat kan de ondernemer veel geld kosten.

Houd je balans kort

Zorg dat de balans kort blijft. Dat houdt in dat je eraan werkt om zowel de voorraden, debiteuren en crediteuren zo laag mogelijk te houden. Dat heeft een aantal voordelen:

  1. de behoefte aan werkkapitaal is hierdoor lager en dat scheelt weer rente;
  2. de solvabiliteit stijgt en dat is gunstig voor de rating;
  3. je bespaart op de kosten voor afschrijving wegens incourantheid of oninbare debiteuren.

Bijvoorbeeld een ondernemer heeft, toen hij de kredietovereenkomst sloot, met de bank afgesproken dat de solvabiliteit ten minste 35% dient te zijn. Als de solvabiliteit onder de 35% zakt, moet je aan de bank een eenmalige boeterente van € 500,- betalen. In dit voorbeeld moest ondernemer ook nog boeterente betalen.

Tip. Maar er is nog een voordeel voor je als ondernemer als je actief aan de slag gaat met het kort houden van je balans. Je kunt als ondernemer naar de bank gaan en vragen om een herziening van je rating. De kans is groot dat de bank het verzoek honoreert en dus ook een lagere rente aanbiedt.

Jaarlijks complete informatie = betere rating

Behalve dat je kunt werken aan het verbeteren van de rating door het kort houden van de balans, kunt je de rating ook nog positief beïnvloeden door jaarlijks zo compleet mogelijke informatie aan te leveren aan de bank. In de praktijk blijkt dat veel ondernemers dit niet doen, waardoor ze te veel rente aan de bank betalen en meer zekerheden geven dan nodig is.

Méér dan alleen een fiscale balans?

Uitgangspunt voor de bank is de jaarrekening op fiscale grondslag. Met andere woorden: de bank gebruikt dezelfde jaarrekening die je aan de fiscus aanlevert. De software van de bank rekent met deze fiscale informatie.

Dat doet mijn boekhouder of accountant toch wel?

Veel ondernemers denken dat hun accountant, administratiekantoor of belastingadvieskantoor deze informatie standaard wel zal aanleveren aan de bank, maar dat is een misvatting.

Tip. Overleg daarom met je klant over het aanleveren van de juiste stukken en gegevens. Overleg ook over het moment van aanleveren van de cijfers. De ABN Amro legt een boete op wanneer de cijfers van het voorgaande jaar niet voor 1 juli zijn ingeleverd.

Welke extra informatie vindt de bank wenselijk?

Hieronder vind je een opsomming van de meest belangrijke extra informatie die de bank van de ondernemer vraagt op het moment dat je de jaarrekening bij de bank inlevert:

• de oprichtingsdatum van je onderneming;
• de datum van de laatste statutenwijziging;
• of de onderneming wel of niet btw-plichtig is;
• de verkoopoppervlakte in m2;
• het aantal verkooplocaties;
• de SBI-code (dat is de code die aangeeft in welke branche de onderneming werkzaam is) zoals die door de Kamer van Koophandel wordt gehanteerd;
• de WOZ-waarde van het onroerend goed;
• niet uit de balans blijkende verplichtingen zoals:
- huur en pachtcontracten,
- afgegeven garanties,
- operationele leasecontracten,
- investeringsverplichtingen.
• Als de BV een vorderingen op de DGA’s of werkmaatschappijen heeft;
- het burgerservicenummer van de DGA,
- het KvK-nummer van je werkmaatschappij,
- het overeengekomen rentepercentage,
- het aflossingsbedrag per jaar,
- gegeven zekerheden.
• Debiteuren gesplitst naar vorderingen tot 30, 60, 90 dagen en ouder dan 90 dagen
• Crediteuren gesplitst naar: betaaltermijn tot 30, 60, 90 dagen en ouder dan90 dagen
• Geboortedatum van de:
- bestuurder,
- vennoot of maat,
- commissaris.

Oei, ik heb nog een BKR-melding, wat nu?

Heeft de ondernemer een BKR-melding, geef dat dan eerlijk aan in het plan en meld ook de oorzaak. Overigens behandelt Qredits alle aanvragen tot € 50.000,- of je nu wel of niet een BKR-melding achter de naam heeft staan.

En privé-informatie dan?

En hoe zit het dan met privé-informatie? Daar hoeft je geen extra zaken voor aan te leveren. Het gaat bij het vaststellen van de jaarlijkse rating echt om informatie die met het bedrijf te maken heeft.

Het belang van het geven van de juiste informatie aan de financierder

Je ziet, er wordt nogal wat extra informatie gevraagd en het niet juist of onvolledig aanleveren van de gevraagde informatie kan vervelende gevolgen hebben. Zo zal de bank, wanneer je geen specificatie van de ouderdom van je debiteurenportefeuille aanlevert, de totale vordering op je debiteuren aanmerken als vordering ouder dan 90 dagen. De bank mag deze vordering dan ook niet meer meenemen voor het berekenen van je solvabiliteit. Omdat de bank de totale debiteurenportefeuille weg streept tegen het eigen vermogen, wordt het eigen vermogen bijvoorbeeld negatief en de daarmee gepaard gaande solvabiliteit dus ook.

De ondernemer zal als gevolg hiervan meer rente aan de bank moeten betalen, daarnaast loop je de kans dat de bank het krediet opzegt of dat de bank besluit over te gaan tot intensief/bijzonder beheer. Dit houdt in dat de ondernemer in het vervolg voor alle betalingen eerst mondeling overleg moet hebben met de bank, hetgeen voor de onderneming tot een stevige stijging van de bankkosten leidt.

Debiteurenvorderingen ouder dan 90 dagen een probleem

Het verdient sowieso aanbeveling om ervoor te zorgen dat de onderneming geen debiteuren heeft met een vordering die ouder is dan 90 dagen. Want de bank mag van een debiteur die een vordering heeft ouder dan 90 dagen het totaal uitstaande bedrag van die debiteur niet meer meenemen bij het bepalen van de solvabiliteit. Tip. Houd de ouderdom van de debiteurenvorderingen goed in de gaten. Neem in oktober al maatregelen om ervoor te zorgen dat de onderneming per einde boekjaar geen vorderingen heeft die ouder zijn dan 90 dagen.

Denk ook aan de crediteuren

Datzelfde geldt trouwens ook voor het crediteurenbeheer. Ook hier geldt dat wanneer je geen specificatie naar betaaltermijnen aanlevert, de bank de crediteuren standaard indeelt in de categorie met een betaaltermijn van 90 dagen en ouder. De bank gaat er dan van uit dat de ondernemer wat de betaling aan de crediteuren betreft in gebreke is; ook dit heeft een negatieve invloed op de rating die de bank toekent. Met alle gevolgen van dien, de ondernemer gaat een hogere rente betalen, je loopt het risico dat de bank het krediet opzegt of dat de bank de onderneming onderbrengt bij bijzonder beheer en de kosten die hiermee samenhangen op de onderneming verhaalt.

Op tijd beginnen met herstellen balansverhoudingen

De balansverhoudingen per einde boekjaar verdienen dus alle aandacht. Niet alleen om niet in de problemen te komen, maar ook omdat de balans ook gebruikt wordt als je een nieuwe financiering aanvraagt, of een auto of een vervoermiddel wil leasen, of een huurovereenkomst moet sluiten, of een kredietverzekering nodig hebt. Omdat het verbeteren van de balans-verhoudingen best enige tijd kost, is het goed dat je daar vandaag al mee begint en een en ander niet uitstelt. Daar komt bij dat het actief managen van het werkkapitaal je veel geldelijk voordeel kan opleveren. Net zo goed als het te weinig aandacht hebben voor het werkkapitaal letterlijk en figuurlijk een hoop geld kan kosten.

Wanneer naar de bank?

Als je bezig bent met het voorbereiden van een financieringsaanvraag is het altijd goed om voordat je begint contact op te nemen met je bank om te vragen of zij nog specifieke informatie nodig hebben die je in het ondernemingsplan kunt verwerken. Dien de aanvraag niet eerder in dan dat deze helemaal gereed is.

Wie neemt de ondernemer mee?

Je komt het sterkst over bij de bank als de ondernemer zelf de kredietaanvraag ‘verdedigt.’ Tenslotte leent de bank het geld uit aan de ondernemer en niet aan een ander. Maar als de ondernemer het allemaal wat lastig vindt en het fijner vindt om iemand mee te nemen, dan moet hij dat vooral doen. Dat kan zijn levenspartner zijn, maar natuurlijk ook zijn boekhouder, accountant of kredietadviseur.

Tip. Wie de ondernemer ook meeneemt, zorg er altijd voor dat ook beiden goed beslagen ten ijs komen. Het is niet zo heel sterk als de adviseur ook op de helft van de vragen het antwoord niet weet. De bank zal zich dan nog wel eens achter de oren krabben en zich afvragen of zij wel het geld moeten geven.

Let op. Banken letten daarnaast goed op of de ondernemer het ondernemingsplan wel zelf heeft geschreven. Met andere woorden; zijn het de eigen ideeën en aannames die in het plan zijn verwerkt of is het grotendeels bedacht door de adviseur. Ook in dat geval gaat het plan linea recta het ‘ronde archief’ in.

Een kredietadviseur meenemen?

OAMKB heeft een landelijk netwerk van financieel professionals. Er zijn natuurlijk meer financieel professionals maar OAMKB financiering onderscheidt zich door veel meer financieringen met crowdfunding te doen en onafhankelijk de aanvraag bij verschillende partijen neer te leggen, voor een vaste prijs voor de ondernemer.

Deze kredietadviseurs zorgen ervoor dat de ondernemer goed beslagen ten ijs komt bij de bank of een andere financier, zodat je bijna zeker weet dat je krediet krijgt. De MKB-kredietcoach onderscheidt zich van andere kredietadviseurs doordat zij ook de nodige aandacht besteden aan het in kaart brengen van de ondernemerskwaliteiten hetgeen door financiers en ondernemers erg op prijs wordt gesteld. ZIj laten de ondernemer daarvoor een assessment doen, zoals de OAMKB-partners ook hebben gedaan. Daarnaast zijn er de nodige kredietadviseurs die alleen de krenten uit de pap pikken en zich inspannen voor kredietaanvragen die banken zeker zullen honoreren.

Te weinig zekerheden? De overheid kan helpen!

De Nederlandse overheid heeft een groot aantal maatregelen genomen om je als ondernemer te ondersteunen bij het vinden van een passende financiering. Hierna wordt een aantal regelingen kort toegelicht.

Tip. Omdat de uitvoering van bepaalde regelingen continue aan veranderingen onderhevig is, adviseren wij je altijd het ondernemersplein te raadplegen.

De MKB-toets

Voor veel regelingen geldt dat je moet voldoen aan de zogenaamde ‘MKB-toets’ van de overheid. Hier kunt je de test invullen waarmee je kunt vaststellen of de onderneming hieronder valt. De klanten van OAMKB vallen hier doorgaans onder.

Borgstelling MKB-kredieten

Algemeen

De Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) is een faciliteit waar ondernemers met een tekort aan zekerheden een beroep op kunnen doen, en die voldoen aan de volgende criteria:

  • het bedrijf heeft maximaal 250 werknemers; en
  • een jaaromzet van maximaal 50 miljoen: of
  • een balanstotaal van maximaal 43 miljoen.

Let op. Voorwaarde is wel dat er sprake moet zijn van levensvatbare bedrijven met voldoende continuïteitsperspectief. Met andere woorden: bedrijven in nood kunnen geen aanspraak maken op de borgstelling.

De looptijd van de borgstelling is maximaal zes jaar; indien in een gebouw of schip wordt geïnvesteerd, geldt een periode van maximaal twaalf jaar. De afsluitprovisie die de overheid berekent bedraagt ongeveer 3% van de borgstelling. Dit bedrag dient je bij afsluiting van de lening direct te betalen of te verrekenen. Als bijkomende voorwaarde geldt tevens dat je als ondernemer altijd een persoonlijke waarborg dient af te geven. Dit heeft alles te maken met het vergroten van het commitment van je als ondernemer. Het krediet waarover een borgstelling wordt gevraagd dient minimaal € 50.000,- te bedragen en maximaal 1,5 mln. Alle informatie altijd up-to-date vind je hier.

Bestaande bedrijven

Van een bestaande onderneming is sprake als je langer dan drie jaar ondernemer bent. De rechtsvorm waarin je dit doet, is niet van belang. De overheid staat in dit geval garant voor 50% van een bedrag tot maximaal € 1.500.000,- dat niet door zekerheden is gedekt. In overleg met de bank kan besloten worden de aflossing van de lening twee keer op te schorten. Een opschorting mag maximaal vier aaneengesloten kwartalen duren.

Starters

De ondernemer wordt als starter beschouwd als je minder dan drie jaar een onderneming heeft en minstens zes jaar voor het afsluiten van de kredietovereenkomst geen andere onderneming heeft gedreven. De borgstellingsregeling voor starters is toegankelijk voor eenmanszaken, Vof’s, maatschappen en directeur-grootaandeelhouders van een BV. De overheid staat voor leningen die afgesloten worden tot, voor 67,5% garant bij een lening van maximaal € 266.667,-. Heeft je meer nodig, dan kun je gebruikmaken van het borgstellingskrediet voor bestaande bedrijven. In overleg met de bank kan besloten worden de aflossing van de lening drie keer op te schorten. Een opschorting mag maximaal vier aaneengesloten kwartalen duren.

Innovatief BMKB

Heeft je een onderneming die een technisch nieuw product, proces of nieuwe dienst op de markt wil brengen, dan kunt je gebruikmaken van deze regeling. De basis is ook hier weer het BMKB, alleen staat de overheid nu voor maximaal 60% van een krediet van maximaal € 1.500.000,- garant. De eerste drie jaren na het aangaan van de lening hoeft je niet af te lossen. De looptijd van de lening bedraagt maximaal twaalf jaar. In overleg met de bank kan besloten worden de aflossing van de lening twee keer op te schorten. Een opschorting mag maximaal vier aaneengesloten kwartalen duren. Up-to-date info vind je hier.

Om gebruik te maken van de BMKB doorloop je de normale kredietprocedure binnen de bank. Bij de bank moet je zelf vragen om borstellingskrediet. Als de bank in overleg besluit de BMKB aan te vragen, dan doet de bank een melding bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Mocht je niet meer aan je aflossingsverplichtingen kunnen voldoen, dan verlaagt de bank je deel van de schuld met het bedrag waarvoor de overheid garant staat.

Dit bedrag krijgt de bank vervolgens uitgekeerd van de overheid. RVO (de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) controleert achteraf of de bank op basis van de juiste voorwaarden een krediet aan de ondernemer heeft toegekend.

Tip. Dit houdt in dat eventuele misslagen van de bank - ingeval dat je een BMKB heeft afgesloten - niet aan de ondernemer doorbelast kunnen worden maar ten laste van de bank komen.

Let op. De BMKB is niet toegankelijk voor:

• vrije beroepers in de medische sector, zij vallen onder de Wet tarieven gezondheidszorg;
• toetreders tot de markt die in belangrijke mate door de overheid wordt bepaald
(denk aan advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en dierenartsen);
• een onderneming waarvan de laatste of de te verwachten jaaromzet voor meer dan 50% is verkregen uit de beoefening van:
- de land- en tuinbouw, de vee- of visteelt, de visserij of de teelt van vee- en
- het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf of het financieren van één of meer andere ondernemingen van onroerend goed.
- de verwerving, vervreemding, de ontwikkeling, het beheer of de exploitatie visvoer

Tip: hier vind je de financiers die het borgstellingskrediet aanbieden.

De Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit is een aanvulling op het borgstellingskrediet en is bedoeld voor bedrijven die nieuwe activiteiten willen ontplooien. De Groeifaciliteit kan zodoende ook worden gebruikt voor de financiering van een bedrijfsovername. De overheid staat bij de Groeifaciliteit voor 50% borg bij een achtergestelde lening of aandelenkapitaal van maximaal € 5.000.000,- indien deze lening door de bank wordt verstrekt. Wordt de lening of het aandelenkapitaal door een participatiemaatschappij verstrekt, dan staat de overheid voor 50% van maximaal € 25.000.000,- borg. De aflossing van de lening dient in maximaal 12 jaar plaats te vinden. Het verzoek tot borgstelling wordt door de bank of participatiemaatschappij ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) die - indien het voorstel aan gebruikelijke financieringseisen voldoet - goedkeurt.

Het innovatiefonds MKB+

Het innovatiefonds MKB+ stelt de ondernemer in staat zijn plannen om te zetten in rendabele nieuwe producten, diensten en processen. Investeerders kunnen ook gebruikmaken van het innovatiefonds MKB+.

Innovatiekrediet

Innovatiekrediet wordt rechtstreeks aan ondernemingen verstrekt. Hiermee worden unieke ontwikkelingsprojecten met uitstekende vooruitzichten (producten, processen en diensten) gestimuleerd waaraan substantiële technische en daaruit voortvloeiende financiële risico’s zijn verbonden. Ondernemingen kunnen voor de financiering van deze projecten niet of onvoldoende terecht op de kapitaalmarkt.Voor innovatieve bedrijven met een financieringsnoodzaak.

De SEED Capital-regeling

De Seed Capital-regeling maakt het mogelijk dat investeerders technostarters en creatieve starters kunnen helpen hun technologische en creatieve kennis om te zetten in toepasbare producten of diensten. De regeling verbetert de risico-rendementsverhouding voor investeerders en vergroot de financieringsmogelijkheden voor technostarters en creatieve starters.
Voor wie: closed-end venture capital fondsen. 

Kijk hieronder voor meer informatie: